Geschiedenis van het Kasteel

 

De heren van Witthem

In de 12de eeuw maakte het grondgebied van Overijse een heerlijkheid van bijzondere aard uit, Baronie geheten. In die tijd diende het kasteel tot woning van de Heren van Overijse.

De Heer, “de Baron” van Isque hield Overijse in leen van de Hertog van Brabant. Het geslacht der baronnen (beiers) bleef voortbestaan tot het einde van de 15de eeuw. In die tijd verkocht Maria d’Oisy, de laatste erfgename van de beiers van Isque, die gehuwd was met Louis d’Enghien, de baronie aan Hendrik van Witthem, Heer van Beersel, één van de machtigste vazallen van de Hertogen van Brabant.

In 1489 werd heel het dorp, inclusief het kasteel, platgebrand door de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk. Nadien liet Hendrik van Witthem in het midden van de Vrijheid een splinternieuw kasteel bouwen.

Het huis der van Witthems had tot laatste erfgename, Honorine, die huwde met graaf Geeraert Van Horne, baron van Boxtel. Aldus belandde omstreeks 1595, de heerlijkheid van het kasteel van Overijse in het Hornepatrimonium.

Deze baron, niet te verwarren met de Graven Egmont en Hoorn, was de eerste Horne die in Overijse begraven werd
 

Het geslacht van Horne

Rond 1650 liet Ambrosius van Horne het kasteel links van de toren gedeeltelijk verbouwen door de Brusselse architect David Cannaerts.

Zijn oudste zoon Eugeen Maximiliaan van Horne bekwam in 1667 de oprichting tot prinsdom der heerlijkheden van Evere en Ijse onder de naam van Horne. Zo werd Overijse een prinsdom. De tweede prins (vanaf 1709). was Filips Emmanuel van Horne.

Maximiliaan Emmanuel was vanaf 1718 de derde en tevens laatste prins van Horne. Hij was Ridder van de Orde van het Gulden Vlies.

Hij huwde driemaal: de eerste keer met de Engelse lady Bruce, dochter van de graaf van Ailesbury, afstammelinge van de oude Schotse koningen.. Na haar dood (zij overleefde, evenmin als de kinderen, de bevalling van een tweeling niet) huwde Maximiliaan Emmanuel de Duitse Rijksgravin Hendrica van Salm-Leuze. Deze overleed in 1751. Zijn derde huwelijk was met de Gravin van Gavere.

Zijn dochter en opvolgster Maria Theresia van Horne trad in het huwelijk met Filips-Jozef, prins van Salm-Kyrburg. Op die manier kwam het eigendom in handen van de prinsen van Salm. De prins overleed in 1779 en zijzelf in 1783.

Zij werd opgevolgd door haar zoon prins Frederik-Jan-Otto van Salm-Kyrburg. Deze laatste Heer van Overijse stierf op het schavot tijdens het schrikbewind te Parijs.

Onder het Frans Bewind werden zijn domeinen te Overijse aangeslagen door de Franse Republiek en het kasteel bestemd tot het senatorschap van Brussel. De broer van Napoleon, Jozef Bonaparte, verbleef soms in het kasteel.

19de en 20ste eeuw

Onder het Hollands Regime konden de erfgenamen van de Salms de goederen gelegen te Overijse, weer in eigendom verkrijgen doch door de schuldeisers van prins Frederik zagen zij zich genoodzaakt het geheel van hun bezittingen op 11 september 1817 openbaar te verkopen.

In 1824 verwierf de Nijvelse jurist Maurice de Le Hoye het kasteel Isque dat hij grondig liet restaureren door architect Moreau (o.m. wapenschild boven bordes).

Van de familie de Le Hoye was stafhouder Louis Jules Braffort, gehuwd met Maire-Louise de Le Hoye, de voorlaatste eigenaar van het kasteel Isque. Hij werd in 1944 te Wambeek vermoord door leden van de collaboratie. Tijdens de mobilisatie, gedurende en na de oorlog werd het kasteel achtereenvolgens in gebruik genomen door Belgische, Duitse en Engelse soldaten.

Na de oorlog kwam het kasteel ondertussen slecht onderhouden en in erg beschadigde toestand in bezit van een zekere heer Lacourt uit Willebroek.

Tenslotte kocht de Staat in 1948 het Kasteel Isque aan om er de Rijksmiddelbareschool “Justus Lipsius” op te richten.
 

Huidige Bewoners NAJAAR 2002

Sinds 1948, moment waarop de staat het domein kocht om er de Rijksmiddelbare school te vestigen, huisden er achtereenvolgens volgende scholen:

- Rijksmiddelbareschool Justus Lipsius met voorbereidende afdeling
- Rijkslagere school Overijse en Rijksmiddelbareschool Overijse
- Basisschool van het GO Overijse en Middenschool Overijse
- Basisschool van het GO Overijse en Koninklijk Atheneum Tervuren (eerste graad)
- Basisschool van het GO Overijse

Hiervan huizen op dit ogenblik in het Kasteel zelf het 5de en 6de leerjaar van de BSGO Overijse.

Sinds 1 september 2002 besliste de Scholengroep 10 er zijn zetel onder te brengen. Dit betekent dat de Raad van Bestuur er zijn vergaderingen houdt en dat volgende staf het Kasteel Isque nu “bewoont”:

Administratie Scholengroep 10

Huisbewaarster

 

Het huidige gebouw


Het kasteel Isque bestaat thans uit een lang gebouw met één verdieping. Het geheel werd gebouwd in Lodewijk de 16de stijl: rode baksteen en witte Franse steen.

De gelijkvloerse verdieping ligt zo hoog dat de kelderverdieping nog door deuren en vensters licht ontvangt. Een onderaan zeer brede trap geeft toegang tot een klein bordes en tevens tot de hal. Het polygonaal torentje draagt een bolspitsbekroning.

Rechts van de ingangsdeur zijn er 8 ramen en links 5. Op de verdieping is er een soortgelijk venster boven elk venster van de gelijkvloerse verdieping. De zijgevels zijn sober. Tegen de achtergevel bevindt zich een muurserre. De lange vleugel staat loodrecht op de straat en is afgedekt met een leien zadeldak. Het dienstgebouw met twee verdiepingen draagt een schilddak en is in dermate slechte staat dat het door een metalen constructie moet gestut worden.

In de zijgevel staat een ezelsrugpoortgebouw van zandsteen bekroond met een wapensteen van de Witthems.

In 1768 gaf de stad Brussel opdracht de steenweg Oudergem – Jesus-Eik te verlengen tot in Waver. Vanaf de kerk tot in de Leegheid werd de steenweg in de bocht gelegd zoals men die nu kan zien. Toen werd de linker straatvleugel van het kasteel gesloopt en de Kelle, “de fraeye fonteyne” symbool der vrijheidsrechten, die vroeger langs de overzijde stond, werd in de kasteelmuur geplaatst met het wapenschild van de familie Horne.

De inwendige schikking in het kasteel is aangepast aan de gebruiken van de 17de eeuw. De toren, de paardenstallen en het dienstgebouw dateren uit de 16de eeuw.

Aan de andere kant van het domein bevinden zich nog de ruïnes van wat eens een sierlijk neogotisch jachtpaviljoen (later hoveniershuisje) was. Het stortte in op 25 april 1967 na het doorboren van de geluidsmuur door een supersonisch vliegtuig.

Het kasteel en de kasteelmuur zijn geklasseerd.